
Noodsituaties worden gecoördineerd op gemeentelijk, provinciaal of federaal niveau. Bij een nucleaire noodsituatie wordt het nationaal nucleair en radiologisch noodplan geactiveerd. De minister van Binnenlandse Zaken is dan bevoegd voor het crisisbeheer.
Een hele samenwerking tussen gemeentelijke, provinciale, regionale, federale en internationale crisisstructuren treedt dan in werking. In België werd het nucleair noodplan tot op heden 1 keer in werkelijkheid geactiveerd, op basis van het voorzichtigheidsprinicpe.
Een uitbater van een nucleaire site is verplicht om incidenten te melden aan de overheid. Op basis van deze risico-inschatting (notificatie door de uitbater) beslist de overheid tot een alarmniveau. Hoewel het nucleair noodplan wordt geactiveerd, betekent dit dus niet noodzakelijk dat er een impact wordt verwacht buiten de site. Het reactieniveau wordt bepaald in functie van de ernst van de noodsituatie.
Om een goed beeld te krijgen van de situatie, is de uitbater verplicht verschillende gegevens over te maken aan de overheid. Samen met de metingen van het Telerad-netwerk en de gegevens van mobiele meetploegen, maken experten een evaluatie van de situatie, op basis waarvan de experten een beleidsadvies formuleren aan de bevoegde ministers. Op Europees niveau geldt een alarmeringssysteem ECURIE (European Community Urgent Radiological Information Exchange) waarmee de lidstaten informatie over de situatie en de genomen maatregelen met elkaar uitwisselen.
COPYRIGHT © 2011 BELGISCHE FEDERALE OVERHEIDSDIENST