
De kans op ernstige ongevallen is klein, maar niet onbestaande. Wanneer een ernstig ongeval in een nucleaire installatie leidt tot een radioactieve lozing, dan komt het risico voort uit de besmetting van het milieu en uit de blootstelling aan die (uitwendige) bestraling, of zelfs een (inwendige) besmetting. Vooral dit laatste valt absoluut te vermijden. Schuilen is daarbij een doeltreffende beschermingsmaatregel.
Om besmetting te detecteren, is specfieke apparatuur en kennis nodig. Het noodplan voorziet in de controle van personen die mogelijk werden blootgesteld. Op basis van een evaluatie van de toestand zullen beschermingsmaatregelen worden bepaald. Hieronder vindt u de voornaamste beschermingsmaatregelen.
Bij een noodsituatie met grensoverschrijdende impact is het mogelijk dat er verschillen zijn in de drempel voor het nemen van maatregelen of de aard van de maatregelen. Wat betreft jodiumtabletten bijvoorbeeld, wordt tot op heden in Nederland de helft van de dosering van in België gehanteerd. De samenstelling van de tabletten is er echter dubbel zo hoog, zodat alsnog eenzelfde hoeveelheid wordt ingenomen door de bevolking. Op Europees vlak wordt wel een harmonisering nagestreefd. De Belgische overheden hanteren het voorzichtigheidsprinicipe in de veiligheidsaanpak.
1. Maatregelen m.b.t. de voedselvoorziening
Om inwendige besmetting te voorkomen, worden in de meeste ongevalscenario’s maatregelen genomen ter bescherming van de voedselvoorziening (drinkwater, groenten uit de tuin, landbouw en veeteelt). Via deze weg kan het radioactieve materiaal immers in de voeding en het drinkwater terechtkomen, en zo inwendige besmetting bij de mens veroorzaken.
2. Schuilmaatregel
Om blootstelling aan de gevolgen van een eventuele lozing van radioactief materiaaal te voorkomen, en zo een uitwendige bestraling en besmetting maximaal te reduceren, wordt schuilen sterk aanbevolen. Dit houdt in dat de betrokkenen zich bij voorkeur in een centraal gelegen ruimte in het dichtst bijgelegen gebouw begeven, met ramen en deuren gesloten en de ventilatie afgezet. Dit is de beste methode om u te beschermen tegen het risico van zowel bestraling als besmetting door radioactieve stoffen.
3. Jodiumtabletten
Bij een nucleaire lozing kan radioactief jodium vrijkomen. (Let wel: jodium is slechts één van de mogelijke bestanddelen en niet noodzakelijk bij elke nucleaire of radiologische noodsituatie). Het menselijke lichaam gaat actief op zoek naar jodium. Het maakt daarbij echter geen onderscheid tussen natuurlijk (gezond) jodium en radioactief jodium.
In geval van een nucleair incident kan de overheid u aanbevelen om stabiel (gezond) jodium in te nemen. Op die manier wordt de schildklier verzadigd met stabiel jodium (ongeveer 1000x de dosis die het lichaam dagelijks nodig heeft), waardoor het niet meer op zoek gaat naar (radioactief) jodium. Het effect van deze maatregel hangt sterk af van het tijdstip van inname.
Neem de tabletten nooit in op eigen initiatief, maar enkel op aanbeveling van de overheid. Stabiel jodium biedt evenmin een absolute bescherming (enkel tegen radioactief jodium). Dit stelt de betrokkenen dus niet vrij van de schuilmaatregel ! De dosis wordt toegediend aan de hand van tabletten, en is verschillend afhankelijk van de leeftijd. Hoe jonger, hoe belangrijker om zich tegen de negatieve effecten van radioactief jodium te beschermen.
Toch is het aan te bevelen dat ook oudere volwassenen woonachtig in de zone rond een nucleaire site jodiumtabletten afhalen bij de apotheek. Zij kunnen dan ten volle hun rol spelen in de zin van “solidariteit” met andere slachtoffers van de nucleaire of radiologische noodsituatie (bij opvang van kleinkinderen, buren, bezoekers,…).
4. Evacuatie
De meest uitzonderlijke maatregel voor de bescherming tegen de blootstelling aan radioactieve stralingen is het verwijderen van de bevolking uit de nabijheid van de lozingsbron naar een verblijfplaats met lagere besmetting. Deze plaats bevindt zich geografisch buiten de noodplanningszone. Het gaat om een maatregel die bedoeld is tegen de risico's van luchtbestraling (directe wolkstraling), van inademing en bodembestraling.
Er kan een opsplitsing gemaakt worden tussen de preventieve evacuatie, d.w.z. voor de emissie van radioactief materiaal of vooraleer een wolk met radioactief materiaal de betrokken bevolking heeft bereikt, en de uitgestelde evacuatie, d.w.z. nadat een radioactieve wolk is voorbijgetrokken.
COPYRIGHT © 2011 BELGISCHE FEDERALE OVERHEIDSDIENST